Wikia


Eén glinsterende traanEdit

Charles Baudelaire, Tristesses de la lune

Avond. De maan ligt lui in weidse wolkensloppen -
zoals een schoonheid in haar kussens, die, ontroerd,
voordat ze wegdoezelt met lichte vingertoppen
de ronding van haar borst ternauwernood beroert.

Wegzinkend in een sneeuw van zachtglanzend satijn
voelt ze hoe ze bezwijmt, terwijl haar schelende ogen
in zielsvervoeringen verdrinken die daar, rein,
als vreemde bloeiwijzen, oprijzen in den hoge.

En laat ze soms één keer, in ledigheid bezweken,
een heimelijke traan op deze globe leken,
dan zal een vroom poëet, een die de nachtrust haat,

hem vangen in zijn hand als in een broze schaal,
één glinsterende traan, die, als een scherf opaal,
hij, voor het licht beschut, diep in zijn hart bewaart.


Terug naar de Hoofdpagina